Een korte geschiedenis.

Eeuwen geleden hadden de Chinezen al windmolens gebouwd, de zogenaamde panemoon (zie tekening hiernaast). Deze windvangers werden gebruikt om water naar de rijstvelden te pompen. Maar dit waren niet de eerste windmolens. De eerste windmolens kwamen voor in de 7e eeuw na Christus, in Perzië (nu beter bekend als Iran). Die eerste molens stonden in het grensgebied tussen het huidige Iran en Afghanistan. Men denkt dat de Chinezen de oudste windmolen uit Perzië als voorbeeld overgenomen hebben.  

In het jaar 944 wordt er voor het eerst geschreven over molens die door de wind in beweging worden gebracht. Deze eerste windmolens hadden een verticale as. De eerst gevonden documentatie over een (Chinese) windmolen komt uit 1219. Nog steeds wordt er gewerkt met verticale windmolens in China. 
De eerste windmolens in Europa verschenen vanaf 1300. De Europese windmolen had een horizontale as. In 1390 bouwden de Nederlanders de torenwindmolen. Het model was niet nieuw. Rond de Middellandse zee waren al eerder de  zeiltjesmolens gebouwd (o.a. in Kreta). 
Rond 1600 werden de windmolens in Nederland gebruikt voor het  het malen van meel, zagen van hout en om water van laag naar hoger gelegen plaatsen te pompen.

Tussen 1850 en 1970 bouwde men in Amerika de bekende windmolens met stalen bladen om water te pompen. Pas later in de 19e eeuw (1888) werd de 1e grote windmolen , de Brush Portmill in Ohio, Cleveland) gemaakt in de VS om spanning op te wekken. In 1891 ontwikkelde Dane Poul la Cour de Europese torenwindmolen om elektriciteit op te wekken. Na 1920 kwam de ontwikkeling in Europa pas goed op gang, met name in Denemarken.
Voor een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de windmolen, kunt u o.a. surfen naar:
http://telosnet.com/wind/20th.html